Het Hoh Rainforest

Beste vrienden, 

Het avondprogramma van gisteren was zeer genoeglijk: eerst brachten we een bezoekje aan het restaurant, om fish-and-chips en pasta-met-krab te eten. Daarbij was het stelen van elkaars bordje toegestaan. Toen gingen we het blog uploaden in de lobby (de enige plek waar wifi is), en daarna waren we net op tijd om de zon in de Pacific te zien zakken. 


De prozaïsche realiteit is natuurlijk dat de aardrotatie onze bron van daglicht simpelweg uit zicht draait, maar dat doet geen recht aan het poetische roze-rood kleuren van de lucht, de vluchten zwaluwen die gierend de dag uitgeleide doen, en de lichte, doch bezwelmende lavendellucht die overal hangt.

De volgende morgen stappen we vrijwel vanuit ons bed het strand op. De wilde zee heeft zich tot achter de eblijn teruggetrokken, en in de achtergebleven poelen wemelt het van het leven: zeesterren, garnalen, zeekomkommers en ander spul. Maar ze zijn zeker op vakantie naar Majorca en liggen aldaar in het zwembad, want wij zien niets. Maar evengoed is het vroege toeven aangenaam. De ochtendnevelen houden het nog even uit tegen de laagstaande zon, die alles voorziet van prachtige lange schaduwen.



Het doel vandaag is het Olympic National Park, dat is immens groot, en we beperken ons tot het Hoh Rainforest (de Hoh zijn de plaatselijk Indianenstam). Iedereen denkt bij regenwoud aan het tropische Amazonewoud, maar ook in noordelijker streken komt dit dus voor.  En de de jaarlijks regenval hier is 138 inch, zo’n drieëneenhalve meter. 



Bij het visitor’s centre houdt Ranger Todd een praatje over het regenwoud waar we net na het begin inhaken. Hij vertelt een interessant en aanstekelijk verhaal over de symbiose tussen de maple trees en de mosslierten en andere planten die er overheen groeien, per boom kan dat in de honderden kilo’s lopen. Het mos bindt de stikstof uit de lucht, en houdt water vast, en in ruil daarvoor mogen ze aan de takken hangen. Daar vormt zich op een gegeven moment zelfs een laag humus. De boom profiteert weer mee door wortels aan zijn takken te laten groeien.





De Sitka spruce (een soort hoge denneboom) heeft een heel speciale manier van voortplanten. Het begint op normale wijze met een denneappel, maar de zaadjes hiervan ontkiemen slecht op de bosgrond, want die is druk bezet met varens, mossen en ander spul. Maar op de stam van een neergestorte soortgenoot is er meer kans. En zo zie je dat de bomen vaak gegroepeerd staan in een kaarsrechte lijn. De gevallen boom is allang verdwenen, maar de vorm ervan wordt nog weerspiegeld in de bizar gevormde wortelstelsels van de nieuwe bomen. 



Er is ook onderzoek gedaan naar uitwisseling van nutriente boomsappen tussen bomen onderling, en die blijkt ook te bestaan. Na het praatje van Todd kijken we met andere ogen naar het rain forest, en wandelen vergenoegd tussen de hoge bomen, versierd met slierten.


Op de terugweg naar de lodge bezoeken we nog ‘s werelds hoogste rode ceder. Hij is zestig meter hoog en waarschijnlijk honderden jaren oud.


Reacties